Nieuws

Pleegzorg in 2013 toegenomen én verbeterd

maandag, 29 december 2014

De pleegzorg is in 2013 toegenomen: aan het eind van het jaar zijn 3325 nieuwe pleegouders geaccepteerd, 3000 pleegouders zijn gestopt. Deze toename van 325 pleegouders heeft er mede voor gezorgd dat 657 kinderen meer geholpen konden worden, wat een toename van 3% betekent ten opzichte van 2012. Daarbij is de zorgcontinuïteit voor kinderen binnen eenzelfde pleeggezin verbeterd. Steeds vaker wordt er bij een acute uithuisplaatsing van een kind gezocht naar pleegouders die beschikbaar zijn voor een plaatsing, waarbij vooraf de duur nog niet bekend is. Als blijkt dat de jeugdige niet terug naar huis kan, wordt het pleeggezin gevraagd of zij de jeugdige voor een langere tijd op willen nemen in hun gezin. Hierdoor is het aantal doorplaatsingen afgenomen. Bovendien heeft dit er mogelijk in geresulteerd dat er 276 minder nieuwe plaatsingen waren dan in 2012. Kinderen verblijven gemiddeld langer in een pleeggezin en er worden minder plaatsingen afgerond. Naast het grote aantal nieuwe pleegouders zijn er ook bijna evenveel pleegouders gestopt, namelijk 3000. Dit aantal is voor een groot deel te verklaren uit het feit dat veel pleegouders zogenaamde netwerkpleegouders zijn. Dit houdt in dat zij een kind uit hun naaste omgeving opvangen, bijvoorbeeld een neefje of nichtje. Zodra voor deze kinderen de pleegzorg beëindigd wordt, stoppen zij ook als pleegouders. Dit was afgelopen jaar het geval bij zo’n 1800 pleegouders. Het overige deel van het aantal gestopte pleegouders heeft onder meer te maken dat zij op een gegeven moment een andere levensfase in gaan. Zo gaan bijvoorbeeld hun eigen kinderen het huis uit en willen zij dan ook stoppen met pleegzorg. Voor sommigen wordt het verzorgen van pleegzorg op een gegeven moment ook te zwaar. De instroom van pleegkinderen is nog altijd groter dan de uitstroom. Er zijn dus steeds meer pleegouders nodig. Voornamelijk voor kinderen ouder dan 10 jaar en voor intensievere vormen van pleegzorg (ernstige emotionele-, hechtings- en/of gedragsproblemen) is het erg moeilijk om pleegouders te vinden. In 2011 heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de campagne ‘Ontdek de pleegouder in jezelf’ ontwikkeld. Dit leidde direct tot een verdriedubbeling van het aantal aanvragen voor een informatiepakket over pleegzorg. Ondanks de grote toename in belangstellenden, is er slechts een matige toename in het aantal geaccepteerde pleegouders terug te zien. De campagne heeft ervoor gezorgd dat mensen die nog niet eerder over pleegzorg nagedacht hebben, een informatiepakket hebben aangevraagd. Echter, de keuze om pleegouder te worden is geen impulsbeslissing. Bij het verder inlezen zijn uiteindelijk toch veel belangstellenden afgehaakt, omdat pleegzorg niet bij hen leek te passen.

Terug